Zie de helpdesk op je eigen vragen
In de demo zetten we een SLA met werktijden op, laten we macro’s en het portaal zien en kijken we hoe tickets naast je deals staan.
Een gedeelde inbox werkt tot de eerste klant twee keer hetzelfde antwoord krijgt, of geen. Deze gids loopt door alle keuzes voordat je een helpdesk aanzet: kanalen, statussen, prioriteiten, een SLA, macro’s, bezetting en de cijfers die je daarna bijhoudt.

In B2C komt een vraag van één persoon en gaat het vooral om snelheid op volume. In B2B hangt elke vraag aan een organisatie met een contract, een accountmanager en vaak tien of twintig gebruikers. Een ticket van een gebruiker bij je grootste klant weegt anders dan een vraag van een proefaccount. En de persoon die de vraag stelt, is lang niet altijd de persoon die over de verlenging beslist.
Daarom begint een B2B-helpdesk niet bij de tool maar bij drie vragen. Wie mag ons om hulp vragen, en via welk kanaal? Wat beloven we, en aan wie? En wie hoort wat, als een klant boos is of als er net een deal loopt?
Veel teams beginnen met support@ als gedeelde mailbox. Dat is prima zolang je met twee mensen bent. Daarna gaan er dingen mis die je pas ziet als een klant klaagt. Twee collega’s beantwoorden dezelfde mail. Een vraag blijft liggen omdat iedereen denkt dat een ander hem heeft. En niemand weet hoe lang een klant gemiddeld wacht. Een helpdesk lost dat niet vanzelf op. Hij maakt het wel zichtbaar, en dat is het begin.
Een tweede verschil: in B2B wil sales weten wat er bij een klant speelt. Staat de helpdesk in een los systeem, dan belt een accountmanager over een verlenging terwijl er drie open tickets liggen. Zet je tickets daarom op dezelfde organisatie als je deals, in welk systeem dan ook. Dan ziet iedereen hetzelfde beeld, en kun je later ook customer success meten op echte signalen.
De getallen in deze gids zijn voorbeelden om de som te laten zien. Het zijn geen normen. Wat een goede reactietijd is, hangt af van je product, je contracten en wat je klanten gewend zijn.
Doe ze in deze volgorde. Elke stap leunt op de vorige.
Begin met mail en eventueel een portaal of chat. Elk kanaal dat je opent, moet je ook binnen je SLA bemensen. Een chat die om 16.00 uur niemand meer beantwoordt, is slechter dan geen chat. Leg vast wat er gebeurt met vragen die via een ander kanaal binnenkomen, zoals een mail aan een persoonlijk adres: die zet de ontvanger zelf om naar een ticket.
Een status beantwoordt één vraag: bij wie ligt de bal? Nieuw betekent dat nog niemand ernaar keek. Open betekent dat wij aan zet zijn. In afwachting betekent dat de klant aan zet is. In de wacht betekent dat we wachten op een derde, zoals een leverancier of een ontwikkelaar. Opgelost betekent dat wij denken dat het klaar is. Gesloten betekent dat het dossier dicht is. Schrijf dit op, anders gebruikt iedereen de statussen anders.
Spreek af wanneer iets urgent is, zonder dat het van de toon van de klant afhangt. Urgent: het systeem ligt plat voor de hele organisatie. Hoog: een kernproces werkt niet en er is geen omweg. Normaal: iets werkt niet goed, maar er is een omweg. Laag: een vraag, een wens of een kleine fout. Wie de prioriteit zet, kijkt naar de impact, niet naar de uitroeptekens.
Hoogstens tien tot vijftien, zoals inloggen, facturatie, koppeling, foutmelding en wens. Met meer tags kiest niemand meer consequent. Je gebruikt ze later om te zien waar vragen vandaan komen en welke artikelen je kennisbank mist.
Kies tussen zelf pakken uit een gedeelde wachtrij en automatisch verdelen. Zelf pakken werkt met twee of drie mensen. Daarboven raken de makkelijke tickets snel weg en blijven de lastige liggen. Automatisch verdelen over wie beschikbaar is, voorkomt dat. Spreek ook af wie de wachtrij bewaakt als iemand ziek is.
Kijk naar de vijftig laatste vragen en zoek de vijf die steeds terugkomen. Schrijf daar een vast antwoord voor met ruimte voor een persoonlijke zin. Hieronder staan drie sjablonen.
Begin met tien artikelen over de vragen die het vaakst terugkomen. Een portaal waar klanten hun eigen tickets zien en artikelsuggesties krijgen bij een nieuwe vraag, scheelt de mail “is er al nieuws?”.
Een CSAT-vraag na het oplossen geeft je per ticket een signaal. Houd het kort: één vraag, een schaal en een open veld. Lees de lage scores elke week, daar zit het werk.
Een SLA (service level agreement) beschrijft wat je belooft: hoe snel je reageert en hoe snel je iets oplost, per prioriteit. Hieronder een voorbeeldtabel. De waarden zijn verzonnen voorbeelden. Kies je eigen waarden met de methode eronder.
Begin niet bij wat mooi klinkt, maar bij wat je nu haalt. Neem de tickets van de afgelopen drie maanden en kijk per prioriteit naar de reactietijd die je bij acht op de tien tickets haalde. Zet je eerste doel daar net onder. Een SLA die je de eerste maand al mist, neemt niemand serieus, ook je eigen team niet.
Kijk daarna naar je contracten. Staat er een reactietijd in een overeenkomst, dan is dat je ondergrens voor die klant. Zet die klanten in een eigen groep, zodat je ze in een eigen weergave volgt.
Spreek tot slot af wat de klok stopt. De meeste teams laten de oplostijd stilstaan zolang een ticket op In afwachting staat, want dan is de klant aan zet. In de wacht is lastiger: wacht je op je eigen ontwikkelaar, dan is dat jouw tijd. Schrijf het op voordat iemand de status gebruikt om de klok te stoppen.
Een voorbeeld om te laten zien hoe werkuren rekenen. Een klant mailt op vrijdag om 16.30 uur over een fout met prioriteit Hoog. De werktijden zijn maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 18.00 uur, en de eerste reactie moet binnen 2 werkuren.
Op vrijdag zijn er nog anderhalf werkuur over, van 16.30 tot 18.00 uur. Het weekend telt niet mee. Het laatste halfuur loopt op maandag van 8.00 tot 8.30 uur. De deadline voor de eerste reactie is dus maandag 8.30 uur, niet vrijdag 18.30 uur.
Neem nu een oplosdoel van 1 werkdag, ofwel 10 werkuren. Je reageert op maandag om 8.15 uur en vraagt de klant om een schermafbeelding. Het ticket staat van 8.15 tot 11.15 uur op In afwachting. Als de klok dan stilstaat, telt die drie uur niet mee. Van vrijdag 16.30 tot 18.00 uur gaat er 1,5 uur af. Op maandag van 8.00 tot 8.15 uur nog 0,25 uur. Dan resteert 8,25 uur vanaf 11.15 uur. Dat brengt je op dinsdag 9.30 uur als deadline voor het oplossen.
Valt er een feestdag in, zoals tweede paasdag, dan schuift alles een werkdag op. Zet je feestdagen dus in je helpdesk voordat je live gaat, anders lijkt het alsof je na elke feestdag een stapel SLA’s hebt gemist.
Een macro is een vast antwoord dat je met één handeling invoegt, vaak samen met een statuswijziging. Houd ze kort en laat altijd ruimte voor één eigen zin. Deze drie dekken in veel teams een groot deel van de eerste reacties.
Ontvangen en we pakken het op. “Hoi {voornaam}, dank voor je bericht. Ik heb je vraag over {onderwerp} opgepakt. Ik laat je uiterlijk {tijdstip} weten wat ik heb gevonden. Groet, {naam medewerker}.” Status blijft Open.
We hebben meer informatie nodig. “Hoi {voornaam}, om dit goed uit te zoeken heb ik nog twee dingen nodig: een schermafbeelding van de melding en de tijd waarop het gebeurde. Zodra ik die heb, ga ik verder.” Status gaat naar In afwachting.
Opgelost, klopt dat? “Hoi {voornaam}, de koppeling werkt weer. De oorzaak was {oorzaak}. Ik zet het ticket op opgelost. Werkt het bij jou nog niet, antwoord dan op deze mail en ik kijk er opnieuw naar.” Status gaat naar Opgelost.
Controleer elke maand welke macro’s niemand gebruikt en welke vragen nog geen macro hebben. Een macro die vaak handmatig wordt aangepast, is meestal een teken dat de tekst niet klopt.
Bezetting reken je uit met drie getallen: het aantal tickets, de tijd per ticket en de uren die iemand echt aan tickets besteedt. Een voorbeeld met verzonnen getallen.
Stel: je krijgt 300 tickets per week. Een ticket kost gemiddeld 15 minuten, inclusief lezen, uitzoeken, antwoorden en een tweede reactie. Dat is 300 keer 15 minuten, ofwel 4.500 minuten of 75 uur werk per week.
Een medewerker werkt 36 uur, maar besteedt die niet allemaal aan tickets. Overleg, kennisbank bijhouden en pauzes kosten tijd. Reken bijvoorbeeld met 70 procent, dan houd je ruim 25 uur per persoon over. 75 gedeeld door 25 is 3 mensen.
Dat is het gemiddelde. Tickets komen niet gelijk verdeeld binnen. Is maandagochtend twee keer zo druk als de rest van de week, dan zie je daar je SLA als eerste schuiven. Kijk daarom ook per dagdeel en plan de bezetting naar de drukte, niet naar het weekgemiddelde. En reken vakanties mee: met drie mensen is iemand op vakantie een derde van je capaciteit.
Wil je minder tickets per persoon, dan zijn er twee knoppen: de tijd per ticket omlaag, met macro’s en betere informatie bij het ticket, of het aantal tickets omlaag, met een kennisbank die vragen voorkomt.
Zes cijfers, elk met een formule. Leg per cijfer vast welke periode en welke tickets meetellen.
De tijd tussen het binnenkomen van een ticket en de eerste publieke reactie van een medewerker, in werkuren. Een automatische ontvangstbevestiging telt niet mee. Kijk naar de mediaan en naar het percentage tickets binnen de SLA.
De tijd van binnenkomst tot de status Opgelost, in werkuren, min de tijd in In afwachting als je dat zo hebt afgesproken. Splits hem per prioriteit en per categorie.
Het aantal tickets dat op een moment open staat, Nieuw plus Open plus In de wacht. Kijk vooral naar de trend en naar het aantal tickets ouder dan een week.
Tickets die na Opgelost weer opengaan, gedeeld door alle opgeloste tickets. Voorbeeld: 12 van 240 is 5 procent. Een stijging betekent vaak dat er te snel op opgelost wordt gezet.
Het aantal tevreden antwoorden gedeeld door alle antwoorden op de tevredenheidsvraag. Voorbeeld: 81 van 90 is 90 procent. Kijk ook naar het responspercentage: met weinig antwoorden zegt de score weinig.
Een benadering: het aantal keer dat iemand na het lezen van een artikel geen ticket aanmaakte, gedeeld door het aantal keer dat een artikel werd voorgesteld. Exact meten is lastig, gebruik het als richting en niet als hard getal.
Te veel statussen. Elke extra status is een vraag waarop iedereen een ander antwoord heeft. Begin met de zes uit stap 2 en voeg pas iets toe als je een vraag hebt die ze niet beantwoorden.
De klok stoppen als trucje. Wie een ticket op In afwachting zet om de SLA te redden, haalt de cijfers en verliest de klant. Kijk in je rapportage ook naar de doorlooptijd inclusief wachttijd, dan valt het op.
Prioriteit op toon. Een boze klant krijgt dan altijd voorrang en een beleefde klant wacht. Prioriteit gaat over impact. Een boze klant met een kleine vraag krijgt een snelle, vriendelijke reactie, maar geen urgente prioriteit.
Geen afspraak over interne notities. Een interne notitie is voor collega’s. Schrijf er dus nooit iets in wat je de klant niet zou willen laten zien als het per ongeluk publiek wordt, en controleer voor het versturen of je het goede veld hebt.
Kennisbank schrijven voor de livegang en daarna nooit meer. Artikelen verouderen met elke productwijziging. Spreek af dat wie een ticket oplost waarvoor een artikel niet klopte, dat artikel aanpast of meldt.
Sales niet betrekken. Een accountmanager die niet ziet dat zijn klant drie open tickets heeft, belt op het verkeerde moment. Zorg dat tickets op de organisatie staan waar ook de deals op staan.
In Lumo staat de helpdesk naast de deals en relaties, dus tickets hangen aan dezelfde organisatie. Tickets hebben de statussen Nieuw, Open, In afwachting, In de wacht, Opgelost en Gesloten. Ze komen binnen via een mailbox, het klantportaal, een chat die je escaleert, of je maakt ze met de hand aan. Medewerkers antwoorden publiek of met een interne notitie, gebruiken macro’s met Cmd of Ctrl en /, en werken met tags, opgeslagen weergaven en regels. Toewijzing kan ook verdeeld over wie beschikbaar is.
De SLA stel je per prioriteit in voor eerste reactie en oplossen, met werktijden en feestdagen, en een waarschuwing bij 75 procent van de tijd. Na het oplossen gaat er een tevredenheidsvraag uit via een ondertekende link. Lees meer over de helpdesk, het klantportaal, live chat en de pagina voor serviceteams.

Het klantportaal werkt zonder wachtwoord: een klant logt in met een link in de mail, ziet zijn eigen tickets, opent een nieuw ticket met artikelsuggesties, reageert en zet een ticket zelf op opgelost. Interne notities zijn daar nooit zichtbaar.
De kennisbank heeft artikelen in Markdown met categorieën en versiegeschiedenis, in het Nederlands en het Engels. De vertaling schrijf je zelf, er is geen automatische vertaling. Je ziet wat er gelezen en gezocht wordt, en lezers geven feedback per artikel. Stap je over van een losse helpdesk, lees dan ook overstappen van een servicetool.

De live chat in Lumo is geen AI-chatbot: de bots zijn chatkanalen met vaste teksten, en je team beantwoordt de gesprekken. WhatsApp, een sociale inbox en een telefoonkanaal zitten er niet in. Vragen die via de telefoon binnenkomen, zet je als ticket met de hand in Lumo, zodat ze in dezelfde wachtrij en SLA vallen. De keuze voor de aanbieder van binnenkomende mail wordt nog afgerond. In de demo laten we zien hoe dat er voor jouw mailbox uitziet.
Een gedeelde inbox is een mailbox die meerdere mensen lezen. Een helpdesk geeft elke vraag een status, een eigenaar, een prioriteit en een SLA. Daardoor zie je wat er ligt, bij wie, en hoe lang al.
Meestal zes: nieuw, open, in afwachting van de klant, in de wacht voor een derde, opgelost en gesloten. Elke status beantwoordt de vraag bij wie de bal ligt.
Kijk per prioriteit wat je de afgelopen drie maanden bij acht op de tien tickets haalde en zet je doel daar net onder. Leg vast wat de klok stopt en voeg werktijden en feestdagen toe.
Daar is geen vaste norm voor. Het hangt af van je product, je contracten en wat klanten gewend zijn. Begin bij wat je nu haalt en kijk wat je klanten in hun contract hebben staan.
Bij de meeste teams staat de oplostijd stil zolang het ticket op in afwachting staat. Spreek het vooraf af en kijk in je rapportage ook naar de totale doorlooptijd.
Vermenigvuldig het aantal tickets per week met de tijd per ticket en deel dat door de uren die iemand echt aan tickets besteedt. Plan daarna naar de drukste dagdelen, niet naar het gemiddelde.
Tien goede artikelen over de vragen die het vaakst terugkomen, zijn een prima begin. Breid uit op basis van wat er gezocht wordt en welke tickets steeds terugkomen.
Met een korte CSAT-vraag na elk opgelost ticket. Deel het aantal tevreden antwoorden door alle antwoorden en lees elke week de lage scores.
In B2B wel. Een accountmanager die weet dat er open tickets liggen, kiest een beter moment voor een verlenging of upsell. Zet tickets op dezelfde organisatie als de deals.
In de demo zetten we een SLA met werktijden op, laten we macro’s en het portaal zien en kijken we hoe tickets naast je deals staan.
