Laat zien hoe jullie nu een voorstel de deur uit krijgen
In de demo bouwen we jullie pipeline van kennismaking tot retainer na, en laten we zien hoe een voorstel getekend terugkomt.
Een bureau verkoopt vertrouwen, en dat vertrouwen zit in mensen. Lumo zet de aanvraag, de pitch, het voorstel, de retainer en de klantvragen bij dezelfde klant, zodat het bureau weet wat er speelt als de account director op vakantie is.

Een marketing-, communicatie- of digitaal bureau heeft drie soorten werk in de pipeline. Nieuwe klanten die binnenkomen via het netwerk, de site of een pitchuitnodiging. Bestaande klanten die een nieuw project willen. En retainers die elk jaar opnieuw besproken worden. Het grootste deel van de omzet komt meestal uit de tweede en derde groep. Maar de meeste aandacht gaat naar de eerste.
De salescyclus is kort als een klant je al kent, en lang als er een pitch tegenover drie andere bureaus staat. Er zit een kennismaking in, een briefing die je scherp moet krijgen, soms een betaalde pitch, een voorstel met scope en uren, en een onderhandeling waarin de scope nog twee keer verschuift. Na de handtekening neemt een projectmanager het over, en de account director blijft het gesprek voeren over het volgende project.
Herkenbaar is dit. Een klant mailt de account director over een nieuwe campagne. Die zit die week in een pitch voor een andere klant en reageert pas na vier dagen. Ondertussen heeft de marketingmanager van dezelfde klant een collega van de strategie gebeld met een vraag over een extra kanaal. Niemand legt de twee gesprekken naast elkaar. Drie weken later blijkt dat de klant een ander bureau heeft gevraagd voor dat kanaal.
Het probleem is niet dat mensen niet opletten. Het probleem is dat de kennis over een klant in mailboxen, losse documenten en de hoofden van een paar seniors zit. Een bureau van twintig of vijftig mensen kan dat een tijd lang opvangen. Maar elke keer dat iemand vertrekt, vertrekt er een stukje klantgeschiedenis mee.
Lumo zet die geschiedenis op de organisatie. Mail met bekende contacten komt op de tijdlijn. De pipeline laat zien welke pitch en welk voorstel openstaan. Het voorstel zelf gaat als offerte met digitaal tekenen de deur uit. En vragen na de start komen in de helpdesk in plaats van in iemands persoonlijke inbox.
De namen van schermen en statussen zijn die uit de app.
Een formulier op je site, een chat of een handmatige invoer zet een lead met status Nieuw en een bron, zoals netwerk, site of pitchlijst.
De new business manager zet de lead op In behandeling en na het eerste gesprek op Gekwalificeerd of Afgewezen. Met Omzetten naar deal komt hij op het dealbord.
De briefing hangt als bestand op de deal. De pitchdatum is een meeting in de agenda, die met Google Agenda synchroniseert. De Volgende stap staat op de dealkaart.
De offerte neemt de productregels over, krijgt het logo van de klant en gaat via je Gmail met een tekenlink. De klant tekent met een code van zes cijfers per mail.
Je zet de deal op Gewonnen. Een automatisering maakt een taak voor de projectmanager en zet het label Klant op de organisatie.
Een begin dat je aanpast. Elke fase krijgt een kans op winst en een aantal dagen waarna de deal als verouderd geldt.
Exitcriterium: er is budget genoemd, je weet wie beslist en de vraag past bij wat jullie doen. Verouderd na 14 dagen.
Exitcriterium: de briefing ligt als bestand op de deal, met doel, doelgroep, planning en budgetbandbreedte.
Exitcriterium: de pitch is gegeven en de klant heeft gezegd wanneer hij beslist. Een betaalde pitch zet je als eigen veld Pitchvergoeding op de deal.
Exitcriterium: de offerte is verstuurd met scope, uren en retainer als aparte regels. Verouderd na 10 dagen.
Exitcriterium: de scope ligt vast. Wijzigt de scope, dan maak je de oude offerte ongeldig en stuur je een nieuwe.
Gewonnen na de handtekening. Verloren met een reden zoals Prijs, Ander bureau of Geen budget, zodat je per kwartaal ziet waar het misgaat.
In een bureau is het voorstel vaak het moment waarop een deal stil komt te liggen. Het gaat als PDF per mail, de klant print hem niet, en twee weken later weet niemand welke versie de laatste was.
In Lumo maak je de offerte op de deal. De regels zijn een momentopname van de producten op de deal, met aantal, prijs, korting en btw. Je geeft een geldigheidsdatum, een inleiding en voorwaarden mee. De PDF krijgt je eigen logo en dat van de klant. Je verstuurt hem via je eigen Gmail, met een link naar de tekenpagina.
De klant krijgt een verificatiecode van zes cijfers per mail, typt zijn naam en vinkt akkoord aan. Hij kan ook weigeren. De getekende PDF krijgt een bewijspagina met tijd, IP-adres, apparaat en een SHA-256-hash, gaat naar de klant en er komt een notitie op de deal. Elke stap staat in een auditlog dat met hashes aan elkaar is geketend.

Veel bureaus werken voor groepen. De holding tekent het raamcontract, en de merken eronder geven elk hun eigen opdrachten. Met losse kaartjes per merk zie je nooit wat de groep in totaal bij je afneemt.
In Lumo kan een organisatie een moederorganisatie hebben. Zo hangen de merken onder de holding, en zie je per merk en voor de hele groep welke deals open staan. Een persoon kan bij meerdere organisaties horen, met één als hoofdorganisatie. Dat past bij een marketingmanager die voor twee merken van dezelfde groep werkt.
Op de tijdlijn van de organisatie staan mail, meetings, notities, bestanden en tickets. Een belangrijke notitie, zoals de afspraken over het tarief, zet je vast bovenaan. Zo leest een nieuwe accountmanager in tien minuten wat er in drie jaar met een klant is gebeurd.

Na de handtekening komen de kleine vragen. Een tekst aanpassen, een banner in een ander formaat, een vraag over de rapportage van vorige maand. Als die vragen bij één persoon binnenkomen, blijven ze liggen zodra die persoon ziek is of in een pitch zit.
Met de helpdesk komen ze als ticket binnen, uit een gedeelde mailbox, het klantportaal of met de hand. Een ticket heeft een status, van Nieuw via Open, In afwachting en In de wacht naar Opgelost en Gesloten. Je wijst het toe aan een persoon of verdeelt het over de beschikbare collega's. Interne notities ziet de klant nooit.
In het klantportaal ziet de klant zijn eigen tickets, opent een nieuwe vraag en reageert. Hij logt in met een link per mail, zonder wachtwoord. Na het oplossen krijgt hij een korte tevredenheidsvraag. Zo heeft de account director voor het jaargesprek iets concreters dan een gevoel.

Eigen velden maak je op deals, organisaties, personen, leads, tickets en activiteiten, met typen zoals keuze, meerkeuze, bedrag, datum en gebruiker.
Keuzeveld op de deal: Project, Retainer, Pitch of Uitbreiding.
Meerkeuzeveld: strategie, content, paid, SEO, design, development.
Datumveld op de deal, naast de meeting in de agenda.
Bedragveld. Laat zien hoeveel pitches betaald worden.
Getalveld op de deal. Handig bij een gesprek over meerwerk.
Gebruikersveld op de organisatie, los van de eigenaar van een deal.
Keuzeveld: netwerk, site, pitchlijst, partner of bestaande klant.
Datumveld op de organisatie voor het jaargesprek.
Met automatiseringen leg je de vaste stappen vast. Een regel start bij een nieuwe deal, een fasewissel, een gewonnen of verloren deal, een nieuwe lead of organisatie, een afgeronde activiteit, of een deal die een aantal dagen stilstaat. Hij maakt een activiteit of notitie, werkt een veld bij, wijst een eigenaar toe of zet een label. Mail sturen doet hij niet. Je test hem eerst met een proefrun.
Regels die bureaus vaak als eerste aanzetten:
In rapportages bouw je de cijfers die in een bureau tellen. Het percentage gewonnen pitches, uitgesplitst naar herkomst. De gewonnen dealwaarde per account director tegen een doellijn. Verloren redenen per kwartaal. En de gewogen pipeline per type opdracht, zodat je ziet of de komende maanden vooral uit kleine projecten of uit retainers bestaan. Elke grafiek klik je door naar de deals erachter, en een dashboard deel je met het team of houd je privé.
Stel: een digitaal bureau in Utrecht met 35 mensen. Noem het voor dit voorbeeld Studio Kade. Er is een new business manager, er zijn drie account directors en vier projectmanagers. Het bureau werkt voor ongeveer veertig klanten, waarvan een derde op een retainer.
Studio Kade maakt twee pipelines. Nieuwe klanten met de fases uit het voorbeeld hierboven. En Bestaande klanten met de fases Signaal, Voorstel, Akkoord. Zo ziet de directie in één rapport hoeveel van de omzet uit nieuwe klanten komt en hoeveel uit uitbreiding.
Een holding met vier merken staat als moederorganisatie met vier organisaties eronder. De account director van de holding is in het gebruikersveld vastgelegd. Een vraag van een van de merken komt als ticket binnen in de gedeelde mailbox, en de projectmanager pakt hem op.
Voor een nieuw project zet de account director twee productregels op de deal: een eenmalige regel voor het ontwerp en een maandelijkse regel voor de retainer, met twaalf termijnen. De dealwaarde telt ze op. Het voorstel gaat als offerte via Gmail en de klant tekent dezelfde dag met de code die hij per mail krijgt.
De new business manager werkt elke ochtend vanuit het scherm Vandaag: leads om op te volgen, deals die stilstaan en de taken van die dag. Een strateeg die liever in Outlook mailt, zet het persoonlijke BCC-adres in Bcc, en zijn mail komt op de juiste organisatie en deal. Zo hoeft niemand van mailprogramma te wisselen om het klantbeeld compleet te houden.
Dit is de volgorde die we aanhouden. Wil je dat wij het doen, dan valt het onder implementatie en onboarding.
Lumo is geen urenregistratie, planning of facturatie. Uren schrijven en mensen inplannen doe je in je eigen tool. Met de API en webhooks zet je bijvoorbeeld een gewonnen deal door naar je projecttool, of schrijf je het aantal gemaakte uren terug in een eigen veld. Offertes en de tekenpagina zijn alleen in het Nederlands. Voor een Engelstalige klant stuur je je eigen voorstel en leg je de getekende versie als bestand op de deal. Herinneringen bij een niet getekend voorstel en een automatische fase na het tekenen zitten er niet in. Daarom zet je een deal na het tekenen zelf op Gewonnen, en een regel voor stilstand maakt een belafspraak als het voorstel blijft liggen. Gmail en Google Agenda synchroniseren vandaag. De koppeling met Outlook en Microsoft 365 staat op de planning, en tot die tijd werkt het BCC-adres met elk mailprogramma.
Ja. Elke productregel heeft een facturatiefrequentie, dus een maandelijkse retainer en een eenmalig project staan apart op de deal. Met een keuzeveld Type opdracht splits je ze ook in rapporten uit.
Ja. De klant opent een link, krijgt een verificatiecode per mail, typt zijn naam en tekent. De getekende PDF krijgt een bewijspagina. Het is geen gekwalificeerde elektronische handtekening.
Er is geen kant-en-klare koppeling. Met de REST API en webhooks kan je eigen tool deals en activiteiten lezen en schrijven. API en integraties
Gmail en Google Agenda synchroniseren vandaag. De koppeling met Outlook en Microsoft 365 staat op de planning. Tot die tijd zet je het persoonlijke BCC-adres in een mail, of stuur je hem door, en komt hij op de juiste persoon, organisatie en deal. Mail met de hand vastleggen kan ook.
Een organisatie kan een moederorganisatie hebben. De merken hangen onder de holding, met elk hun eigen deals en contacten.
Ja, in het klantportaal. Ze loggen in met een link per mail, zien hun eigen tickets en openen nieuwe vragen. Interne notities zien ze niet.
Ja. Een verloren deal krijgt een reden uit je eigen lijst. In rapportages zie je verloren redenen per periode en per herkomst.
De prijs hangt af van het aantal gebruikers en de onderdelen die je aanzet. Prijzen
In de demo bouwen we jullie pipeline van kennismaking tot retainer na, en laten we zien hoe een voorstel getekend terugkomt.
