1. Home
  2. Gidsen
  3. Customer success meten

Customer success meten met cijfers die je kunt sturen

Veel teams meten customer success met één NPS-score per jaar. Dat is te laat en te grof. Deze gids geeft je de formules voor retentie, churn en expansie, een health score die je zelf kunt bouwen, en wat je per kleur doet.

Klantsucces-overzicht met klanten die aandacht nodig hebben, projecten per fase en gezondheid

Waarom customer success meten lastig is

Sales heeft een duidelijk eindpunt. De deal is gewonnen of verloren. Customer success heeft dat niet. Een klant kan twee jaar tevreden lijken en dan in één gesprek opzeggen. Of hij blijft, maar koopt nooit meer bij en gebruikt de helft van wat hij betaalt. Op een omzetlijst zie je dat pas als het te laat is.

Daarom heb je twee soorten cijfers nodig.

Uitkomstcijfers vertellen wat er gebeurd is. Hoeveel omzet heb je behouden, hoeveel klanten zijn vertrokken, hoeveel is er bijgekocht. Die cijfers zijn hard en de directie vraagt erom. Maar je ziet ze pas achteraf, meestal per kwartaal of per jaar.

Signaalcijfers vertellen wat er waarschijnlijk gaat gebeuren. Hoe snel gaat een klant live, hoe vaak opent hij een ticket, hoe tevreden is hij over de afhandeling, gebruikt zijn team het product echt. Die cijfers zijn zachter. Maar je kunt er nog iets mee doen.

De fout die vaak gemaakt wordt: een team kiest alleen uitkomstcijfers, omdat de directie daarom vraagt. Dan bespreek je elk kwartaal klanten die al weg zijn. Het omgekeerde komt ook voor. Een team meet alleen signalen, zoals tevredenheid en gebruik, en verliest het contact met de omzet. Een goede set heeft van allebei een paar. Zes tot acht cijfers in totaal is genoeg.

Een tweede punt: meet per klant, niet alleen per team. Een gemiddelde tevredenheid van 8 zegt niets over die ene grote klant met een 4. In B2B hangt de omzet vaak aan een handvol accounts. Die wil je bij naam kennen, met hun cijfers ernaast.

Een derde punt: spreek de definities af voordat je gaat rekenen. Telt een klant die van een jaar- naar een maandcontract gaat als churn? Telt een prijsverhoging als expansie? Begint time to value bij het tekenen of bij de kickoff? Zonder afspraak krijg je elk kwartaal dezelfde discussie, en twee teams met twee verschillende retentiecijfers.

Alle getallen in de voorbeelden hieronder zijn verzonnen. Ze laten de som zien, het zijn geen normen. Wat een goede retentie of tevredenheid is, verschilt per markt, per contractvorm en per klantgrootte. Vergelijk jezelf vooral met je eigen vorige kwartaal.

De customer success cijfers, met formule

Tien cijfers. De eerste vijf zijn uitkomsten, de laatste vijf signalen. Kies er niet meer dan acht.

Gross revenue retention (GRR)

Terugkerende omzet aan het begin van de periode, min de omzet die verloren ging door opzeggingen en afschalen, gedeeld door de omzet aan het begin. Bijverkoop tel je niet mee. GRR kan dus nooit boven 100 procent komen. Het laat zien hoe lek je emmer is.

Net revenue retention (NRR)

Dezelfde som, maar je telt de bijverkoop bij bestaande klanten erbij op. Beginomzet plus expansie min afschalen min opzeggingen, gedeeld door beginomzet. Nieuwe klanten uit de periode tellen niet mee. NRR kan boven 100 procent komen als bestaande klanten meer bijkopen dan er wegvalt.

Logo churn

Het aantal klanten dat in de periode is vertrokken, gedeeld door het aantal klanten aan het begin. Voorbeeld: 6 vertrokken van 120 is 5 procent. Dit cijfer weegt elke klant even zwaar. Daarom hoort het naast revenue churn.

Revenue churn

De terugkerende omzet die je verloor door opzeggingen en afschalen, gedeeld door de beginomzet. Het is 100 procent min GRR. Vertrekken er vooral kleine klanten, dan is logo churn hoog en revenue churn laag. Dat vraagt een andere aanpak dan het omgekeerde.

Expansie

Extra terugkerende omzet van bestaande klanten in de periode: meer gebruikers, een extra onderdeel, een prijsverhoging als je die zo afspreekt. Meet hem als bedrag en als percentage van de beginomzet. Leg vast of een prijsindexering meetelt.

Time to value

Het aantal dagen van tekenen tot het moment dat de klant de eerste echte waarde heeft. Dat moment definieer je zelf, en concreet: eerste factuur verstuurd, eerste campagne live, team werkt een week in het systeem. Gebruik de mediaan, één uitschieter vertekent het gemiddelde.

Onboarding completion

Het aandeel klanten dat de onboarding binnen de afgesproken termijn afrondt. Of per klant: het aantal afgeronde mijlpalen gedeeld door het totaal. Een klant die na acht weken op drie van de zeven mijlpalen staat, is een signaal, ook als hij nog niets klaagt.

CSAT

Customer satisfaction. Je vraagt na een contactmoment, meestal een opgelost ticket, hoe tevreden de klant was. Het cijfer is het aantal positieve antwoorden gedeeld door het aantal antwoorden. CSAT zegt iets over dat ene moment, niet over de relatie.

NPS

Net Promoter Score. Je vraagt hoe waarschijnlijk het is dat iemand je aanbeveelt, op een schaal van 0 tot 10. Negens en tienen zijn promoters, nul tot zes zijn detractors. NPS is het percentage promoters min het percentage detractors, dus een getal tussen min 100 en 100.

Productadoptie

Hoeveel van wat de klant betaalt, gebruikt hij echt. Bijvoorbeeld actieve gebruikers gedeeld door betaalde gebruikers, of het aantal onderdelen in gebruik gedeeld door het aantal afgenomen onderdelen. Bepaal per product wat actief betekent.

Rekenvoorbeeld: GRR en NRR voor één kwartaal

Stel, een softwarebedrijf begint het kwartaal met 80 klanten en € 100.000 terugkerende omzet per maand. Alle getallen hier zijn verzonnen om de som te laten zien.

In het kwartaal gebeurt het volgende:

  • 4 klanten zeggen op, samen goed voor € 6.000 per maand.
  • 3 klanten schalen af naar minder gebruikers, samen € 2.000 per maand minder.
  • 9 klanten kopen bij, samen € 11.000 per maand extra.
  • Sales haalt 7 nieuwe klanten binnen met € 9.000 per maand.

GRR is beginomzet min opzeggingen min afschalen, gedeeld door beginomzet. Dat is 100.000 min 6.000 min 2.000 is 92.000, gedeeld door 100.000. GRR is 92 procent.

NRR telt de bijverkoop erbij. 92.000 plus 11.000 is 103.000, gedeeld door 100.000. NRR is 103 procent.

Logo churn is 4 gedeeld door 80, dus 5 procent. Revenue churn is 8.000 gedeeld door 100.000, dus 8 procent.

De nieuwe klanten van sales tellen in geen van deze cijfers mee. Dat is bewust. Je wilt weten hoe goed je bestaande klanten vasthoudt en laat groeien. Tel je de nieuwe omzet mee, dan verstopt een goed saleskwartaal een lek in customer success.

Wat lees je hieruit? Een NRR boven 100 procent ziet er goed uit. Maar de GRR van 92 procent zegt dat er elk kwartaal acht procent wegloopt, en dat de bijverkoop dat net compenseert. Valt de bijverkoop een kwartaal tegen, dan krimpt de bestaande omzet. De vraag voor het volgende overleg is dus niet hoe je meer verkoopt, maar waarom die vier klanten weggingen en of die drie afschalers een patroon vormen.

Twee afspraken die je vooraf maakt. Reken je per maand, per kwartaal of per jaar, en houd dat vast. En kijk naar een cohort: de klanten die aan het begin van de periode al klant waren. Wie halverwege binnenkwam en weer vertrok, hoort niet in dit cijfer, die zegt iets over je onboarding.

Signaalcijfers die je eerder waarschuwen

Uitkomstcijfers vertellen het verhaal achteraf. Signaalcijfers geven je tijd. Vier zijn in B2B het meest bruikbaar.

Time to value en onboarding

De eerste weken bepalen veel. Een klant die snel waarde ziet, neemt het product op in zijn werk. Een klant die na drie maanden nog aan het inrichten is, gaat twijfelen bij de eerste factuur. Meet daarom per klant de go-livedatum tegen de geplande datum, en het aantal afgeronde mijlpalen. Een vertraging van twee weken is nog geen probleem. Een vertraging zonder volgende stap wel.

Ticketpatroon

Veel tickets betekent niet automatisch een ontevreden klant. Een klant die vragen stelt, gebruikt het product. Let op de verandering. Een klant die eerst twee tickets per maand had en nu acht, heeft iets. Een klant die eerst vragen stelde en nu stil is, misschien ook. Tickets die lang open staan of hun SLA overschrijden, zijn een sterker signaal dan het aantal. In de gids een helpdesk opzetten lees je hoe je die afhandeling meetbaar maakt.

CSAT en NPS, en het verschil

CSAT vraag je kort na een contactmoment. Het zegt of dat ene ticket goed ging. NPS vraag je los van een moment, bijvoorbeeld twee keer per jaar. Het zegt iets over de relatie. Gebruik ze niet door elkaar. En lees de antwoorden, niet alleen het getal. Een 6 met de toelichting "jullie support is goed maar het product mist rapporten" is een bijverkoopkans of een churnrisico, afhankelijk van wat je ermee doet.

Wees voorzichtig met NPS bij kleine aantallen. Bij twintig antwoorden verandert één persoon de score met vijf punten. Vergelijk dan geen kwartalen met elkaar, maar lees de antwoorden per klant. En let op wie antwoordt. Als alleen je contactpersoon de vraag krijgt, weet je niets over de gebruikers.

Adoptie

Betaalt een klant voor 25 gebruikers en zijn er 11 actief, dan is de kans groot dat hij bij de verlenging afschaalt. Of erger, dat de beslisser het product niet ziet werken. Meet adoptie per klant en per onderdeel. Lees ook hoe je adoptie verhoogt, daar staat een plan per week.

Een health score bouwen: het sjabloon

Een health score vat de signalen per klant samen in één getal van 0 tot 100. Het doel is niet een perfecte voorspelling. Het doel is dat je elke week weet welke klanten je moet bellen. Hieronder een sjabloon dat je kunt overnemen en aanpassen. De gewichten zijn een startpunt, geen waarheid.

Signalen en gewichten

  • Adoptie, 30 punten. Actieve gebruikers gedeeld door betaalde gebruikers. 80 procent of meer geeft 30 punten, 50 tot 80 procent geeft 15, minder geeft 0.
  • Onboarding of projectstatus, 20 punten. Live en op schema geeft 20. Achter op schema met een volgende stap geeft 10. Achter zonder volgende stap, of een open blocker langer dan twee weken, geeft 0.
  • Tickets, 20 punten. Geen SLA-overschrijdingen in de laatste 90 dagen en een stabiel aantal geeft 20. Een stijging of één overschrijding geeft 10. Meerdere overschrijdingen of een escalatie geeft 0.
  • Tevredenheid, 15 punten. Gemiddelde CSAT van de laatste 90 dagen positief en geen detractor in de laatste NPS geeft 15. Gemengd geeft 8. Negatief geeft 0.
  • Relatie, 15 punten. Een actieve sponsor die je in het laatste kwartaal sprak geeft 15. Contact alleen op uitvoerend niveau geeft 8. Sponsor vertrokken of onbekend geeft 0.

Kleuren en drempels

  • Groen, 70 tot 100. Normaal ritme. Kijk naar bijverkoop.
  • Oranje, 40 tot 69. Binnen twee weken een gesprek met een concreet doel.
  • Rood, 0 tot 39. Binnen een week actie, met de manager erbij.

Ritme

Herbereken de score elke dag of elke week, maar bespreek hem wekelijks. Kijk elk kwartaal of de score klopte. Pak de klanten die het afgelopen jaar opzegden en kijk wat hun score drie maanden daarvoor was. Stonden ze op groen, dan meet je de verkeerde dingen of weegt een signaal te zwaar.

Rekenvoorbeeld

Stel, een klant betaalt voor 20 gebruikers en 13 zijn actief, dat is 65 procent: 15 punten. Het project is live op schema: 20 punten. Er was vorige maand één SLA-overschrijding: 10 punten. CSAT positief, geen NPS-antwoord: 15 punten. De sponsor is drie maanden geleden vertrokken: 0 punten. Totaal 60, oranje. Opvallend: de score komt niet door tevredenheid omlaag maar door adoptie en de relatie. Het gesprek gaat dus over wie de nieuwe sponsor is en waarom zeven mensen niet inloggen. Dit voorbeeld is verzonnen.

Playbooks per kleur

Een score zonder afgesproken handeling is versiering. Spreek per kleur af wat er gebeurt, wie het doet en wanneer.

Groen: houden en laten groeien

Een vast contactmoment per kwartaal met de sponsor. Vraag naar plannen voor het komende halfjaar en zoek de onderdelen die de klant nog niet gebruikt. Vraag om een referentie of een review als de relatie goed is. Zet een bijverkoopkans als deal in de pipeline, zodat sales hem kan oppakken.

Oranje: oorzaak vinden

Binnen twee weken een gesprek. Kijk vooraf welk signaal de score omlaag trekt. Is het adoptie, plan dan een training of een sessie met de gebruikers. Is het tickets, haal de servicemanager erbij. Is het de relatie, zoek een nieuwe sponsor. Leg een volgende stap met datum vast.

Rood: herstelplan

Binnen een week een gesprek, met de manager of de eigenaar van de relatie erbij. Schrijf een herstelplan met drie tot vijf acties, een eigenaar per actie en een datum. Bespreek het wekelijks tot de klant weer oranje is. Kijk ook naar de verlengdatum: hoeveel tijd heb je nog.

Na een opzegging: leren

Elke opzegging krijgt een gesprek over het waarom, en een reden uit een vaste lijst. Kijk wat de health score drie en zes maanden eerder was. Zo maak je de score elk kwartaal beter, en zie je of een patroon bij een type klant of een onderdeel hoort.

Het ritme van een customer success team

Cijfers werken pas als ze een vaste plek in de week hebben. Dit is een ritme dat voor de meeste B2B-teams werkt.

  1. Dagelijks: wat vraagt nu aandacht

    Tien minuten. Welke klanten zijn naar rood gegaan, welke tickets staan bij hun SLA, welke go-livedatum is deze week. Geen discussie, alleen verdelen wie wat oppakt.

  2. Wekelijks: de oranje en rode lijst

    Een half uur met het team. Per klant op oranje of rood: wat is de oorzaak, wat is de volgende stap, wie doet het. Klanten die al twee weken zonder voortgang op oranje staan, gaan naar de manager.

  3. Maandelijks: onboarding en adoptie

    Loop de lopende onboardings langs. Welke projecten lopen achter, welke blockers staan open, welke klanten zijn live gegaan. Bekijk adoptie per klant en plan trainingen waar het laag is.

  4. Per kwartaal: retentie en de score zelf

    Reken GRR, NRR, logo churn en expansie uit. Bespreek elke opzegging. Toets de health score aan wat er gebeurde en pas de gewichten aan als het nodig is. Kies voor het volgende kwartaal één cijfer waar het team op focust.

  5. Voor elke verlenging: de voorbereiding

    Negentig dagen voor de verlengdatum kijk je naar de score, het gebruik en de open punten. Dan heb je nog tijd om iets te repareren. Een verlenging die je pas een week van tevoren bekijkt, is een gok.

Valkuilen bij customer success meten

Nieuwe omzet in de retentie tellen. Zodra omzet van nieuwe klanten in NRR terechtkomt, zegt het cijfer niets meer over customer success. Houd de cohorten strikt gescheiden.

Eén NPS per jaar als hoofdcijfer. Eén meting per jaar is te traag om op te sturen, en de score hangt sterk af van wie er die week antwoordde. Gebruik NPS als signaal per klant, niet als doel voor het team.

Een health score die niemand begrijpt. Een model met vijftien signalen en decimale gewichten voelt nauwkeurig. Maar als een CSM niet in één zin kan zeggen waarom een klant oranje is, gaat niemand ermee aan de slag. Begin met vijf signalen.

Een score zonder playbook. Rood zonder afgesproken handeling betekent dat iedereen naar dezelfde lijst kijkt en niemand belt. Koppel elke kleur aan een actie met een termijn en een eigenaar.

Gemiddelden over alle klanten. Een NRR van 103 procent kan bestaan uit drie grote klanten die flink bijkochten en twintig kleine die afschaalden. Splits je cijfers per segment, bijvoorbeeld per klantgrootte of per product.

Ticketaantal als ontevredenheid lezen. Een klant zonder tickets kan heel tevreden zijn of het product niet meer gebruiken. Kijk naar de verandering en naar de afhandeling, niet alleen naar het aantal.

Definities die per kwartaal schuiven. Telt een afschaling dit kwartaal wel en vorig kwartaal niet als churn, dan vergelijk je appels met peren. Schrijf de definities op en verander ze alleen met een notitie erbij.

Checklist: zo begin je met customer success meten

  • Er zijn zes tot acht cijfers gekozen, met uitkomsten en signalen
  • Per cijfer staat de formule en de definitie op één plek
  • GRR en NRR tellen alleen klanten die aan het begin van de periode al klant waren
  • Het moment van eerste waarde is per product concreet gedefinieerd
  • De health score heeft hoogstens vijf signalen met gewichten die het team kan uitleggen
  • Elke kleur heeft een playbook met termijn en eigenaar
  • Oranje en rode klanten worden elke week besproken
  • Elke opzegging krijgt een reden uit een vaste lijst
  • Elk kwartaal wordt de score getoetst aan wie er echt vertrok
  • Negentig dagen voor elke verlenging ligt er een voorbereiding

Customer success bijhouden in Lumo

In Lumo staat het overzicht Klantsucces op één scherm: klanten die aandacht nodig hebben, projecten die binnenkort live gaan, de gezondheid per klant, projecten per fase en open blockers. Een opleverproject heeft een fase, voortgang, een go-livedatum, mijlpalen, een volgende stap, interne notities, bestanden, en de blockers en tickets die erbij horen.

Elke organisatie krijgt een gezondheidsscore van 0 tot 100. Die is gebaseerd op ticketsignalen over de laatste 90 dagen en wordt elke dag als momentopname bewaard, zodat je ziet hoe een klant beweegt. Na het oplossen van een ticket gaat er een CSAT-vraag uit via een ondertekende link. Hoe de tickets zelf lopen, lees je bij de helpdesk.

De rest van dit sjabloon, zoals adoptie, relatie en NRR, reken je zelf uit en leg je vast in velden of rapporten. Op de pagina voor customer success zie je hoe een CSM zijn week in Lumo doorloopt, en bij rapportages wat de rapportagebouwer kan.

  • Gezondheidsscore 0 tot 100 per organisatie, elke dag bewaard
  • Projecten met fase, go-livedatum, mijlpalen en blockers
  • CSAT na een opgelost ticket via een ondertekende link
  • Klanten die aandacht nodig hebben op één lijst
Klantsucces in Lumo met gezondheid per klant, projecten per fase en open blockers

Wat je moet weten

De gezondheidsscore in Lumo kijkt naar ticketsignalen. Adoptie, sponsor en omzet zitten er niet in. Wil je het volledige model uit deze gids, zet die signalen dan in eigen velden op de organisatie en bespreek ze naast de score. Rapporten die tickets combineren met deals staan op de planning. NRR en GRR reken je nu uit op dealwaarde in de rapportagebouwer of daarbuiten.

Veelgestelde vragen over customer success meten

Wat is het verschil tussen NRR en GRR?

GRR telt alleen wat je verliest door opzeggingen en afschalen, en komt nooit boven 100 procent. NRR telt ook de bijverkoop bij bestaande klanten mee en kan dus boven 100 procent komen. Kijk altijd naar allebei: een hoge NRR kan een lek in de GRR verbergen.

Hoe bereken je churn?

Logo churn is het aantal vertrokken klanten gedeeld door het aantal klanten aan het begin van de periode. Revenue churn is de verloren terugkerende omzet door opzeggingen en afschalen gedeeld door de beginomzet. Meet ze allebei, want ze vertellen een ander verhaal.

Wat is een goede NRR?

Dat hangt af van je markt, je contractvorm en je klantgrootte. Een getal van buiten zegt weinig over jouw situatie. Vergelijk je NRR met je eigen vorige kwartalen en kijk of de GRR stabiel blijft.

Wat is een customer health score?

Een getal per klant, vaak van 0 tot 100, dat signalen als gebruik, tickets, tevredenheid en de relatie samenvat. Het doel is dat je weet welke klanten aandacht nodig hebben. Een score werkt pas als er per kleur een afgesproken handeling bij hoort.

Hoeveel signalen hoort een health score te hebben?

Begin met vijf. Meer signalen maken de score niet beter, wel moeilijker uit te leggen. Voeg pas iets toe als je bij een kwartaaltoets ziet dat een signaal ontbrak bij klanten die vertrokken.

Wat is het verschil tussen CSAT en NPS?

CSAT meet de tevredenheid over één contactmoment, zoals een opgelost ticket. NPS meet hoe waarschijnlijk het is dat iemand je aanbeveelt en zegt meer over de relatie. Vraag CSAT kort na het moment en NPS los daarvan, bijvoorbeeld twee keer per jaar.

Hoe meet je time to value?

Kies een concreet moment van eerste waarde per product, bijvoorbeeld de eerste week dat het team in het systeem werkt. Tel de dagen van tekenen tot dat moment en gebruik de mediaan over je klanten.

Telt een prijsverhoging als expansie?

Dat is een keuze. Veel teams houden indexering apart, omdat die niets zegt over hoe goed customer success werkt. Spreek het af, schrijf het op en houd het vast, zodat kwartalen vergelijkbaar blijven.

Hoe vaak bespreek je de health score?

Elke week de oranje en rode klanten, elk kwartaal het model zelf. Bij de kwartaaltoets kijk je welke score vertrokken klanten drie maanden eerder hadden. Zo leer je of de score klopt.

Zie klantsucces op één scherm

In de demo laten we het klantsucces-overzicht zien op voorbeelddata: gezondheid per klant, projecten per fase en blockers. En we kijken samen welke cijfers bij jouw team passen.

Accountmanager met headset in gesprek met een klant